Terug

De liefde voor Cinque Terre gaat door de maag

Een van de niet te missen dingen is de keuken van Cinque Terre.

Monterosso kent een lange ansjovistraditie, dus geen betere plek om ansjovis te eten en dat kan op bijzonder veel wijzen. Er is zelfs een jaarlijks ansjovisfestival. En in de ansjoviszouterij kunnen we het hele proces van de vangst tot op ons bord volgen. Nog in Monterosso zijn de citroenen niet uit het straatbeeld weg te denken, er worden op grote schaal citroenen verbouwd. In de smalle straatjes van het historische centrum liggen overal enorme, vers geplukte citroenen in manden. Een eigen versie van limoncello: limoncino, vers citroensap en heerlijke citroentaart zijn er een aanrader. Ook de gevulde mosselen zijn absoluut de moeite. Pastas kan je eten in de vreemdste vormen zoals trenette die vaak met pesto uit het naburige Genua wordt bereid. De plaatselijke olijven uit de boomgaarden in de dorpjes moet je zeker proeven, ze zijn overheerlijk. Om nog maar te zwijgen van de basilicum die hier gekweekt wordt. Het zijn erg kleine blaadjes, maar door de zilte zeelucht smaken ze een stuk intenser en zelfs een beetje zoet.

 

Genieten in het quadraat

Wat we nooit eerder aten is linguini met batti-batti, een speciale soort kreeft, die je oa kan proeven in La scogliera in Manarola. Het ruikt in elk van de stadjes, waar de restaurants en bars mekaar verdringen, heerlijk. De geur van citroen, houtskool en gegrilde vis wedijveren voortdurend met elkaar. In Manarola dwalen we met een frietzak gegrilde ansjovis door de carruggios, smalle straatjes, sommige met trappen die zich door het oude centrum slingeren. De visgerechten zijn overal lekker en je kan het allemaal doorspoelen met een plaatselijk DOC wijntje. Meer moet dat niet zijn, toch?

 

Jaarlijkse ansjovisfestival