Terug

De Malekus, een ontmoeting met een kwetsbare Costa-Ricaanse gemeenschap

02/09/2021

Van de zes Amerindiane volkeren die in dit land wonen, zijn de Malekus de minst talrijke. In drie dorpen rond San Rafael Guatuso, in de provincie Alajuela, tonen sommige van de 1.200 leden de toeristen hun bedreigde cultuur.

De Malekus
De Malekus Philippe Bourget

De ontmoeting met een Amerindiane gemeenschap laat altijd een stevige indruk na. Vooral in Midden-Amerika waar de kolonisatie deze oorspronkelijke bevolking, die slachtoffers werd van misbruik en ziekten, bijna volledig verwoestte. In Costa Rica overleefden zes stammen. De Cabécares zijn de grootste stam. Tienduizenden van hen wonen in het zuiden van het land. De Malekus daarentegen zijn het minst zichtbaar. Slechts 1.200 leden wonen nog steeds in drie dorpen rond San Rafael Guatuso, een stad in de noordelijke provincie Alajuela. Zonder voorafgaande informatie is het niet gemakkelijk om hen te vinden. Dankzij een contact met onze gids, stond een van hen ons aan de kant van de weg op te wachten. Een paar honderd meter verder bevond zich een van de drie dorpen, Palenque del Sol, waarvan Jimmy de verantwoordelijke is.

Traditie doorgeven aan bezoekers

Met zijn lange, zwarte haren en getaande huid is hij de getuige van een eeuwenoude cultuur die helaas uitdooft. “De Malekus weten dat ze zullen verdwijnen. Ze niet talrijk genoeg meer. Hun wens is om hun tradities door te geven aan de bezoekers, zodat hun geschiedenis gekend blijft”, legt Bertrand Ducos uit, een Franse natuurgids die al meer dan 20 jaar in Costa Rica woont. Wat Jimmy tussen de regels bevestigt. “We zijn met 1200, maar slechts 600 van ons zijn pure Malekus. De andere 600 zijn halfbloeden. En onder de min-25-jarigen is 95% ook halfbloed”, verklaart hij. Niemand woont vandaag nog in deze huizen op houten palen bedekt met palmbladeren, zoals die waarin we werden verwelkomd. Ze hebben zich aangepast aan de moderne wereld, maar ze bewaren wel hun verleden. Dat is culinair, met houtgestookt koken en traditioneel keukengerei dat wordt gebruikt om vlees te bereiden, uitsluitend afkomstig van dieren waarvan ze de schepping aan hun god toeschrijven. Vlees dat wordt toegeschreven aan “boze geesten” zoals slangen, bereiden ze niet. Maar het is ook cultureel, met de Ihaïca-taal die ze binnen het gezin en tijdens theatervoorstellingen voor bezoekers blijven gebruiken. En het tenslotte is het botanisch, met plantenkennis die hen in staat stelt om objecten te genezen en te maken.

De Malekus
De Malekus Philippe Bourget

Plantaardige stof…

We trekken naar het bos met Jimmy. Zijn rubberen laarzen beschermen hem tegen slangenbeten, waaronder die van de “speerpuntadder”, die niet aarzelt om de mens aan te vallen wanneer hij zijn territorium binnendringt. Zijn gif is dodelijk. We proeven het sap uit de stengel van een onbekend blad. De bittere smaak veroorzaakt een snelle “verdoving” van onze lip en tong. “We gebruiken het om tandpijn te verzachten”, zegt Jimmy.

De Malekus
De Malekus Philippe Bourget

Even verderop testen we een geweldige plant. Geplaatst op de arm, klampt hij zich stevig vast op de huid. Ik kan hem niet verwijderen, behalve door hem “ondersteboven” los te rukken. “We speelden er vroeger als kinderen mee om vogels te vangen door ze naar een vrucht op de grond te lokken. Hun veren bleven dan aan de plant plakken, waardoor ze niet meer konden wegvliegen”, zegt Maleku. Hij neemt een plant met lange bladeren bekleed met ferme doornen, waaruit hij een klein stuk snijdt. Ontdaan van hun stekels en omhulsel vertonen ze lange vezels. Eens die verwijderd en samengerold zijn, vormen ze een stevige geweven draad om tassen van te maken. Dit was een boeiende ontmoeting met deze gemeenschap die onder de radar bleef om te overleven, maar perfect aangepast is aan het leven in het Costa-Ricaanse wouden.

Philippe Bourget

Lees de volledige reportage