Als de verhuurder van je vakantieverblijf meent dat er huurschade is

Bij het einde van de huur van je in België gelegen vakantieverblijf meent de verhuurder dat je huurschade veroorzaakte en weigert hij je huurwaarborg vrij te geven. Moet je dat zomaar aanvaarden? Met welke spelregels moet je rekening houden?

Een kwestie van bewijs

Het is de verhuurder die moet bewijzen dat je effectief schade veroorzaakte aan het door jou verhuurde pand. Dat kan hij in de praktijk veelal alleen doen als hij een ingaande en uitgaande plaatsbeschrijving heeft. Door de vergelijking van beide kan de schade worden vastgesteld. Is zo’n plaatsbeschrijving er niet dan wordt vermoed dat je het gehuurde pand teruggaf in de staat waarin je dat ontving.

Onderling vaststellen

Is er huurschade dan is het in eerste instantie mogelijk de omvang daarvan in onderling akkoord vast te leggen. Je zou het dan eens kunnen worden over een bepaald bedrag dat de verhuurder van de door jou gegeven waarborg kan inhouden. Heb je zo’n afspraak dan zet je die best ook op papier om discussies naderhand te vermijden.

De rechter beslist

Kom je er onderling niet uit en houdt de verhuurder de waarborg ‘in’ dan zal jij het initiatief moeten nemen om de waarborg terug te vorderen. Je kan daarbij beginnen met een aangetekende brief te schrijven. Helpt dat niet, dan kan je de verhuurder in verzoening oproepen bij de vrederechter.  Heeft ook dat geen succes, dan kan je nog altijd een echte procedure starten bij de vrederechter.

Als de huurwaarborg niet volstaat

Als de schade die je toebracht aan het pand hoger is dan het bedrag van de huurwaarborg, dan kan de verhuurder vragen dat je ook die extra schade vergoedt.  Het is dus niet zo dat het bedrag van de waarborg het maximale bedrag is waarvoor je aansprakelijk kan worden gesteld. Een verhuurder die meent dat het bedrag van de waarborg niet volstaat voor de veroorzaakte schade kan je voor de rechtbank brengen om je daar te laten veroordelen tot het surplus.