In het hart van de Guyanese jungle stort een watermuur maar liefst 226 meter naar beneden. Even afgelegen als brutaal en spectaculair!

Over de watervallen van Niagara of Victoria wordt wel vaker gepraat, de eerste omwille van het indrukwekkende waterdebiet, de tweede omwille van de majestueuze breedte. Maar in het centrum van Guyana, ver weg van de massa en de selfies, dwingt een andere reus respect af: de Kaieteurwaterval.
Verscholen in het Kaieteur National Park, op een grondgebied dat in Guyana ligt maar door Venezuela wordt opgeëist, doemt de waterval op als een breuklijn in het Amazonewoud. Hier vind je geen eindeloze balustrades, geen rijen hotels, maar alleen de jungle, dicht en levendig, en het gedonder van het water!
226 meter!
De hoofdwaterval stort in één ruk 226 meter naar beneden, vanaf een klif van zandsteen en conglomeraat. Tel je daar de daaropvolgende steile stroomversnellingen bij op, dan bereikt de totale hoogte 251 meter. Ter vergelijking: dat is ongeveer vier en een halve keer de hoogte van Niagara en bijna dubbel zo hoog als Victoria!
Wat vooral indruk maakt, is de zeldzame combinatie van hoogte en kracht. Met een gemiddeld debiet van ongeveer 663 kubieke meter per seconde is Kaieteur één van de krachtigste watervallen ter wereld. Een dichte, compacte watermassa die als één blok naar beneden lijkt te vallen.
Een late ontdekking… voor de Europeanen
Lang voordat de waterval werd ‘ontdekt’, was ze al bekend bij de inheemse volkeren van de regio. Zij leefden ermee en hadden er diep respect voor. In 1870 arriveert de Britse geoloog Charles Barrington Brown, die als landmeter naar Brits-Guyana werd gestuurd, samen met zijn collega James Sawkins in de regio. Brown ontdekt de waterval alleen, bijna toevallig. Door tijdsgebrek keert hij het jaar daarop terug om gedetailleerde metingen uit te voeren.
Later publiceert hij zijn verslagen in ‘Canoe and Camp Life in British Guiana’ (1876) en vervolgens in ‘Fifteen Thousand Miles on the Amazon and its Tributaries’ (1878). In die tijd keek Europa met fascinatie naar deze nog ongerepte landschappen!
De legende van Kaieteur
Volgens een Patamona-legende dankt de waterval haar naam aan Kaie, een voormalige leider (Toshao). Om zijn volk te redden zou hij zichzelf hebben opgeofferd door bewust naar de afgrond te peddelen en zich aan de geesten aan te bieden. Een ultieme daad, bedoeld om Makonaima, de godheid van het Patamona-volk, gunstig te stemmen.
Een isolement dat het verschil maakt
Wat de Kaieteurwatervallen zo fascinerend maakt, is hun isolement. Het Potaro-plateau strekt zich stroomopwaarts uit tot aan de steile hellingen van het Pakaraima-gebergte. De Potaro-rivier vervolgt daarna haar loop richting de Essequibo, de langste rivier van Guyana en de 34ste van Zuid-Amerika.
Met het vliegtuig en daarna te voet!
Om er te geraken, neem je een klein vliegtuig vanuit Georgetown. De landing gebeurt op de luchthaven van Kaieteur, op ongeveer vijftien minuten wandelen van de top van de watervallen. Toerisme is er uiteraard, maar het blijft beperkt, bijna vertrouwelijk in vergelijking met de Noord-Amerikaanse of Afrikaanse giganten. En misschien is dat precies wat zorgt voor zoveel charme: een onaangetaste kracht, het gevoel minuscuul te zijn tegenover iets dat zoveel groter is.