Op Instagram barsten ze van de kleuren, maar in de lucht zijn ze soms amper zichtbaar. Wat als het noorderlicht in het echt helemaal niet zo spectaculair is?
© boris-hadjur
Het noorderlicht bewonderen staat op de ‘bucket list’ van heel wat mensen. Op sociale media lijkt het fenomeen magisch: felgroene golven, onwerkelijk roze tinten, bijna bovennatuurlijke paarse sluiers. Maar eenmaal ter plaatse voelen veel mensen toch een zeker gevoel van teleurstelling.
Ten eerste moeten de omstandigheden goed zitten, en dat begint met een heldere hemel. Ik spreek uit ervaring: na een half dozijn winterse trips naar het hoge noorden — samen goed voor bijna 30 dagen — heb ik het noorderlicht maar één avond gezien! En ik geef het eerlijk toe: ik was verrast door de ‘bescheidenheid’ van het spektakel. Begrijp me niet verkeerd: het blijft indrukwekkend. Maar niet zo spectaculair als op foto’s…
Het menselijk oog vs de smartphone: een ongelijke strijd
De eerste verklaring voor dit verschil? Onze eigen waarnemingszin. Het menselijk oog werkt in real time: het vangt licht meteen op, zonder het op te stapelen. Wat dus zwak, vaag of vluchtig is, valt vaak amper op.
Een camera ‘bedriegt’ een beetje. Florent Deleflie, astronoom en onderzoeker aan het ‘Institut de Mécanique Céleste et de calcul des Ephémérides’, vertelt erover in La Voix du Nord: “Het menselijk oog legt een momentopname vast van het licht dat het ontvangt. Een smartphone neemt een ‘lange belichtingstijd’, en stapelt daardoor fotonen op. Die worden na een tijdje zichtbaar, terwijl ze dat met het blote oog niet zijn.”
Met andere woorden: de telefoon stapelt licht op, je ogen doen dat niet. Een noorderlicht dat je niet met het blote oog ziet, kan dus perfect tevoorschijn komen op een foto — met veel intensere kleuren dan je dacht te zien.
Waarom zie je vooral groen?
Nog een verrassing: de kleuren. In onze verbeelding is het noorderlicht veelkleurig, bijna psychedelisch. In de werkelijkheid verschijnen de meeste lichtsluiers… groen. Heel groen. Soms zelfs grijsgroen, afhankelijk van de intensiteit.
Die kleur komt van zuurstofgas dat in hoge concentratie voorkomt in de bovenste atmosfeer. Wanneer het wordt opgewekt door deeltjes uit de zonnewind, straalt het die kenmerkende groene kleur uit. Groen is ook de kleur die het menselijk oog het makkelijkst waarneemt.
Andere kleuren zijn er ook, maar enkel onder specifieke omstandigheden:
- Tussen 100 en 200 km hoogte produceert geïoniseerd stikstof secundaire elektronen die zuurstof opwekken → blauw- en groentinten.
- Onder 100 km zijn het de stikstofmoleculen zelf die oplichten → paarse of roze tinten.
Het probleem? Die kleuren zijn meestal te zwak om met het blote oog duidelijk waar te nemen. Maar fototoestellen missen ze nooit.
Instagram helpt niet echt
En dan is er nog de nabewerking: hoger contrast, verzadigde kleuren, geoptimaliseerde belichtingstijd… De beelden die je online ziet, zijn zelden bedrog. Anderzijds zijn ze bijna nooit neutraal. Ze tonen alles wat het fenomeen kan bevatten, niet wat je ogen in real time kunnen zien.
Met andere woorden: foto’s verlengen het moment dat je ogen niet kunnen vastleggen. Ze onthullen het volledige kleurenspectrum van een echt, maar subtiel, traag en soms verlegen natuurverschijnsel.
Moet je het noorderlicht dan links laten liggen?
Zeker niet. Het noorderlicht met eigen ogen zien, blijft een unieke ervaring. Zelfs wanneer het bescheiden is, en wanneer het zachtjes golft. Je moet gewoon je verwachtingen wat bijstellen.
Hopelijk heb je geluk en ben je er op het juiste moment bij…