Maken ‘blockbuster expo’s’ hun grote comeback?

Maken ‘blockbuster expo’s’ hun grote comeback?
27-09-2026
Van Gogh bekijken om 3 uur ’s nachts, Bozar dat de kaap van 100.000 bezoekers overschrijdt, een Van Eyck-expo die in Londen georganiseerd wordt... Het concept van de grote evenementen-tentoonstelling, dat door corona, budgetbeperkingen en ecologische bezwaren ten dode opgeschreven leek, maakt een stevige comeback! Maar niet overal… en niet voor iedereen!
art
© redcharlie

Een ‘blockbuster expo’ is de grote machine van de kunstwereld: een naam die iedereen kent, werken die uit alle hoeken van de wereld worden geleend en tickets die je weken op voorhand moet reserveren. Toch werd het genre vijf jaar geleden door de sector zo goed als afgeschreven. In het Britse magazine Apollo voorspelde Nicholas Penny, de voormalige directeur van de National Gallery in Londen, dat het geld zou opdrogen. En dat zowel bij sponsors als binnen de overheid. Anderen wezen dan weer op de ecologische absurditeit van schilderijen én bezoekers de hele wereld rond te laten reizen.

Daartegenover brachten twee tentoonstellingsverantwoordelijken van het Victoria and Albert Museum in Londen, het grote designmuseum, een hardnekkig argument naar voren: hoe meer het publiek alles op een scherm ziet, hoe groter de behoefte wordt om voor het echte schilderij te staan. En waarschijnlijk hadden ze gelijk…

Van Gogh om 3 uur ’s nachts

De bezoekerscijfers spreken voor zich. In het Musée d’Orsay in Parijs trok ‘Van Gogh à Auvers-sur-Oise’ niet minder dan 793.556 bezoekers. Dat komt neer op 7.181 per dag per dag, een absoluut record voor het museum. In Londen deed de National Gallery er nog een schepje bovenop met ‘Van Gogh: Poets and Lovers’. Daar ging het om ongeveer 280.000 bezoekers en een onafgebroken opening van 24 uur lang, met de deuren die de hele nacht open bleven!

200 miljoen bezoekers, maar een club met twee snelheden

De comeback van het concept is dus reëel, maar wel ongelijk verdeeld. Volgens de jaarlijkse ranglijst van het gespecialiseerde tijdschrift The Art Newspaper ontvingen de 100 meest bezochte musea ter wereld samen meer dan 200 miljoen bezoekers in 2025. En daarmee zijn we nog altijd ver verwijderd van de 230 miljoen uit 2019. Het Louvre blijft bovenaan staan met meer dan 9 miljoen bezoekers, terwijl de National Gallery in Londen nog altijd 30% minder mensen trekt dan vóór corona. De echte groei is elders in de wereld te vinden: het Nationaal Museum van Korea in Seoel ging er met 70% op vooruit, tot 6,5 miljoen bezoekers.

Wat een wachtrij echt kost

Aan zo’n affiche hangt een stevig prijskaartje. Het Journal des Arts raamde de kosten van een grote tijdelijke tentoonstelling enkele jaren geleden op 1 tot 2 miljoen euro. De helft tot 60% van het budget gaat naar verzekeringen en transport: alleen al een kist met gecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid om een schilderij tijdens het transport te beschermen, kost 5.000 tot 6.000 euro!

En de middelen volgen nauwelijks. De enquête uit 2026 door Art Fund, een Britse organisatie die musea ondersteunt, is duidelijk: slechts 44% van de museumdirecteurs ziet het bezoekersaantal stijgen, tegenover 57% in 2024. Een derde heeft sinds de pandemie de openingsuren verkleind en musea lenen elkaar minder werken uit.

De Belgische invalshoek: Bozar houdt het tempo vol

In België werkt het recept nog altijd. Bozar, het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, sloot ‘Bellezza e Bruttezza’ in juni af met 102.466 bezoekers in vier maanden. Onder hen ook 6.520 jongeren onder de 26 jaar. “De combinatie van schoonheid en lelijkheid maakte het tot een bijzondere tentoonstelling”, klinkt het bij Zoë Gray, directeur tentoonstellingen van Bozar. De Brusselse musea ontvingen in 2025 ongeveer 5 miljoen bezoekers, een daling van 2%. Brussels Museums verklaart die terugval door het uitzonderlijke succes van de tentoonstellingen in 2024.

2026, het jaar van de allergrootste namen

Kortom: echt feest is het niet in de museumwereld, maar grote tentoonstellingen helpen de sector wel overeind. Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen waarom de sterren terugkeren: Cézanne in Fondation Beyeler, Matisse en Hilma af Klint in het Grand Palais, Frida Kahlo in Tate Modern en Renoir in de National Gallery.

Twee afspraken staan voor ons met stip in de agenda. Enerzijds een tentoonstelling over de uit Bergen afkomstige Michaelina Wautier, een lang vergeten schilderes uit de 17de eeuw, die van 27 maart tot 21 juni 2026 gepland staat in de Royal Academy in Londen. En anderzijds ‘Van Eyck: The Portraits’, een expo die op 21 november 2026 opent in de National Gallery.